1.4 GEO-woordenlijst A–Z

LEVEND DOCUMENT — WORDT KWARTAALSGEWIJS BIJGEWERKT

laatst bijgewerkt: 25/04/2026

Begrippen A–Z

  • Answer shaping: De techniek waarbij content niet alleen een antwoord geeft, maar ook de criteria en het beslissingskader definieert waarop het antwoord is gebaseerd. Wie de criteria bepaalt, stuurt indirect de conclusie.
  • Citatiegraad (Citation Rate): Het percentage AI-antwoorden, gemeten over een gedefinieerde set prompts, waarbij jouw merk of content expliciet als bron wordt vermeld.
  • Defensieve GEO: Het geheel van strategieën gericht op het monitoren en corrigeren van foutieve of ongewenste AI-representaties van een merk. Zie Cluster 9.
  • E-E-A-T: Experience, Expertise, Authoritativeness, Trustworthiness. Google’s kwaliteitskader — in GEO relevant als set van signalen die AI-systemen gebruiken om bronbetrouwbaarheid te bepalen.
  • Entiteit (Entity): Een benoemd concept — persoon, organisatie, product, locatie of begrip — dat eenduidig identificeerbaar is. AI-systemen werken sterk op entiteitsbasis.
  • Entiteitssaillantie (Entity Salience): Hoe prominent en consistent een entiteit voorkomt in content. Hoge saillantie verhoogt citatiekans.
  • Fragility Index: Mate waarin jouw positie in AI-antwoorden stabiel of kwetsbaar is bij kleine promptvariaties. Een hoge Fragility betekent dat jouw zichtbaarheid afhangt van toevallige formuleringen.
  • GEO (Generative Engine Optimisation): De discipline gericht op het maximaliseren van merkzichtbaarheid in AI-gegenereerde antwoorden — via on-site en off-site strategieën.
  • Grounding: Het verankeren van AI-output aan specifiek opgehaalde documenten of feiten, waardoor hallucinatie wordt verminderd.
  • Hallucinatie: Het genereren van feitelijk onjuiste informatie door een AI-systeem met ogenschijnlijk hoge zekerheid. Reden waarom feitelijke, goed gestructureerde content beter presteert.
  • Inclusion threshold: De impliciete drempel die een merk moet overschrijden om deel uit te maken van de ‘default shortlist’ die een AI-model heeft geleerd. Zie Cluster 8.
  • LLM (Large Language Model): Een groot taalmodel getraind op omvangrijke tekstcorpora. De motor achter generatieve AI-systemen.
  • Mental availability in AI: De mate waarin een merk aanwezig is in het ‘mentale model’ van een AI-systeem — los van actuele retrieval. Equivalent van merkbekendheid, maar dan voor AI.
  • Narrative Share: De hoeveelheid antwoordruimte die aan jouw merk wordt gewijd — niet alleen of je wordt vermeld, maar hoe uitgebreid en hoe centraal. Zie sub-pagina 4.5.
  • Off-site GEO: GEO-optimalisatie via externe platformen: Wikipedia, reviews, sectorpublicaties, vergelijkingssites. Zie sub-pagina 3.5.
  • Promptintentie: Het onderliggende doel achter een gebruikersvraag: informatief, navigationeel, transactioneel of vergelijkend.
  • RAG (Retrieval Augmented Generation): Een techniek waarbij een AI live documenten ophaalt vóór het genereren van een antwoord.
  • Schema.org: Gestandaardiseerde vocabulaire voor gestructureerde data op webpagina’s. Maakt content machine-leesbaar voor AI-systemen.
  • Share of Voice (SoV) in AI: Het aandeel AI-antwoorden waarbij jouw merk wordt vermeld versus concurrenten, over een set benchmarkprompts.
  • Trainingsdata: De tekstcorpora waarop een LLM is getraind, met een vaste afsnijdatum.
  • Volatility Score: Mate waarin de positie in AI-antwoorden varieert bij herhaalde metingen op identieke prompts. Hoge Volatility duidt op instabiele zichtbaarheid.
  • YMYL (Your Money Your Life): Categorie van content met directe impact op financieel welzijn of veiligheid. AI-systemen hanteren hier strengere betrouwbaarheidscriteria.
  • Zero-click: Een situatie waarbij een gebruiker zijn antwoord krijgt zonder door te klikken. AI-antwoorden zijn per definitie zero-click.

Gerelateerd in deze hub

→ Mis je een term? De woordenlijst wordt kwartaalsgewijs aangevuld op basis van ontwikkelingen.